Mobiliteit

Om een goede handstand te kunnen uitvoeren, is flexibiliteit/mobiliteit in je polsen, schouders, hamstrings en heupen essentieel.

Polsen en schouders

Als je flexibele polsen en schouders hebt, wordt alles makkelijker. Je kan je polsen en schouders in één lijn boven elkaar brengen, je armen beter blijven strekken en je handen krachtiger in de grond duwen.

Hamstrings

Lange hamstrings helpen je met je handstand. Met lange hamstrings is het makkelijker om de startpositie aan te nemen en je benen op te gooien en recht te houden. Ook als je andere startposities gaat oefenen, zoals de hoge kikker of de radslag, heb je hamstringmobiliteit nodig. Bovendien ziet een handstand er met rechte, gestrekte benen er mooier uit dan met gebogen benen.

Heupen

Ook een goede heupmobiliteit gaat je helpen met je handstand. Het maakt het makkelijker om de startpositie aan te nemen en je benen op te gooien en recht te houden. Ook als je andere startposities gaat oefenen, zoals de hoge kikker of de radslag, heb je heupmobiliteit nodig.

Handen

Je handen zorgen voor balans en grip en vormen de basis van de handstand.

Balans leer je door te oefenen. Zo zal je op een gegeven moment verschil merken als je je gewicht meer naar je vingers brengt of naar je handpalm.

Je vergroot je grip door het maken van ‘spiderman’ handen. Dit doe je als volgt: zet je handen op schouderbreedte en trek je vingers terug alsof je een vuist maakt van je handen. Je handplamen en vingertoppen blijven echter plat op de grond waardoor je handen een soort spidermanhanden worden. Naast kracht in je handen en vingers, span je ook je onderarmen aan.

Zorg ervoor dat de druk in je handen meer aan de binnenkant zit dan aan de buitenkant. De buitenkant van je handen is minder sterk en gevoeliger voor blessures. Het kan helpen door je aandacht te richten op je wijsvinger en duim of de eerste knokkel van je wijsvinger.